Op huttentocht langs de Peter Habeler Runde met mijn vader

Gegevens dag 1
  • Start hoogte: 1342 meter
  • Hoogtemeters: 978m omhoog / 10m omlaag
  • Hoogste punt: 2312 meter
  • Duur: 5 uur
  • Afstand: 8,5 kilometer
  • Moeilijkheid: Gemiddeld


GPX downloaden

Activiteit gegevens

Gegevens dag 2
  • Start hoogte: 2312 meter
  • Hoogtemeters:  805m omhoog / 827m omlaag
  • Hoogste punt: 2506 meter
  • Duur: 7,5 uur
  • Afstand: 9,1 kilometer
  • Moeilijkheid: Gemiddeld


GPX downloaden

Activiteit gegevens

Gegevens dag 3
  • Start hoogte: 2306 meter
  • Hoogtemeters:  445m omhoog / 950m omlaag
  • Hoogste punt: 2904 meter
  • Duur: 6 uur
  • Afstand: 6,5 kilometer
  • Moeilijkheid: Gemiddeld


GPX downloaden

Activiteit gegevens

 

Op huttentocht met mijn vader. Het idee ontstond een jaar geleden toen Sylvia en ik bedachten wat we voor plannen hadden voor 2021. Sinds onze laatste huttentocht in Oostenrijk ben ik heel er gaan houden van het fenomeen om meerdere dagen weg te zijn van de bewoonde wereld in een mooie natuurlijke omgeving. Hoewel mijn vader en ik een rijke berghistorie delen hoort een langere huttentocht daar nog niet bij. Aangezien ik dat ook een keer met mijn vader wilde delen kwam dit als een van de eerste ideeën naar boven. Het was dan ook niet veel later dat ik het plan voor een huttentocht voorlegde aan mijn vader. 

Liefde voor de bergen

De liefde voor de bergen heb ik aan mijn ouders te danken. Vele zomers zwierven we samen met mijn zus door de bergen,. Van de eerste tochten herinner ik mij niet veel meer, behalve dat we door mooie valleien liepen en uitgebreid stopten voor een lunchpauze met soep en ei. Dat laatste is nog steeds een vertrouwd onderdeel van de tochten die ik met Sylvia maak. Met mijn vader ging ik ook vaker op stap voor stoerdere projecten. Zo beklommen we enkele bergen in de alpen (waaronder de Mon Viso) en zochten we avontuurlijke tochten uit. Een enkele (of dubbele) hutovernachting maakten we zo af en toe met als doel een top te beklimmen. Klimmen heb ik ook volledig van mijn vader geleerd. We gingen dan ook vaak op stap om te klimmen of een klettersteigroute te bezoeken.  

Onze gezamenlijke wandeltochten door het hooggebergte zijn grotendeels gestopt toen ik iets ouder werd. Ik ging daarna veel met Sylvia op pad. Dat werden uiteindelijk ook wandeltochten waar mijn vader graag over hoorde, maar onze gezamenlijke tochten bleven vaak op lagere hoogte. Mijn voorstel om een keer een gezamenlijke huttentocht te doen werd dan ook met veel enthousiasme ontvangen. We spraken af om een passende huttentocht te zoeken voor ons avontuur. Dit werd uiteindelijk de Peter Habeler Runde.

De Peter Habeler Runde is een huttentocht van zes of zeven etappes rondom het Olperer bergmassief in Oostenrijk. Je komt aan de ene kant langs de Hintertux gletsjer en aan de andere kant langs het grote Schlegeïsspeicher stuwmeer. Ook loop je anderhalve etappe door Italië. De hutten liggen allemaal boven de 2000 meter. Dat zoek ik graag op om het gevoel weg te zijn van de bewoonde wereld te versterken. We vonden dit bovenal een toepasselijke route omdat mijn vader Peter heet en de Peter Habeler Runde is opgezet ter ere van de 70ste verjaardag van de bekende klimmer Peter Habeler. Als hij op zijn 70ste nog de Eiger noordwand kan beklimmen dan kan mijn vader van 63 ook wel deze huttentocht lopen, was onze gedachte. 

De Peter Habeler Runde loopt rondom het Olperer bergmassief

Een dag zonder zicht

We beginnen aan de Peter Habeler Runde vanuit het Oostenrijkse Vals. Je komt hier door op de Brennerpas op het allerlaatste moment af te slaan, net voor je Italië binnen rijdt. De weersvoorspellingen voor de aankomende week zijn niet al te best en we beginnen met laaghangende bewolking. Na 600 meter blijkt de temperatuur echter nog goed en dat zorgt ervoor dat we al snel onze kleding willen wisselen. Dat dit niet handig is in een koeienweide leren we al snel. Zodra mijn rugzak op de grond ligt en ik mijn jas verwissel komt er een koe aangerend. Van schrik zet ik enkele stappen achteruit terwijl de koe aandachtig mijn rugzak onderzoekt. Deze zit vol met voedsel voor de rest van de week en dat heeft de koe al snel in de gaten. Hij probeert mijn rugzak mee te slepen terwijl ik hem schreeuwend van dat idee af probeer te brengen. Nadat ik mijn rugzak heb probeert hij hetzelfde met mijn stok en vervolgens met de rugzak van mijn vader. We maken ons snel uit de voeten en zijn zelfs nog een beetje beduusd door deze opmerkelijke ontmoeting met een brutale koe. 

Terwijl het wolkendek zo’n 300 meter boven ons hangt worden we vergezeld door een reddingshelikopter. Eerst vliegt deze boven de wolken maar even later vlieg hij ons dal in en lijkt hij op zoek. Omdat dit dal ontzettend verlaten gebied is ben ik in eerste instantie bang dat ik mijn noodsignaal heb ingedrukt, maar dat blijkt gelukkig niet het geval. Er is een wandelaar met een verstuikte enkel die van de berg afgedragen moet worden. Vanwege het slechte zicht kan de helikopter helaas niet landen en zal een 12 koppige reddingsdienst het te voet moeten doen. 

De rest van de dag spenderen we over brede zigzagpaden die omhoog leiden naar onze eindbestemming, de Geraer hütte. Onderweg hebben we 10 tot 50 meter zicht en vooral veel miezer. Wanneer we bij de hut zijn kunnen we niet eens opmaken welke bergen eromheen liggen. De Geraer hütte is een kleine hut in een afgelegen berggebied tussen de Oostenrijks een Italiaanse grens. De kleine hut biedt plaats aan zo’n 30 man en is heerlijk sfeervol.  De rest van de middag spenderen we in de stube van de hut. Af en toe kijken we tevergeefs naar buiten of we meer zicht hebben. Pas bij het avondeten laat de zon zich vijf minuten zien. Ik kan het niet laten om toch naar buiten te rennen en nog even een foto te maken. Het zijn de vijf helderste minuten van de hele dag. 

In de avond worden we getrakteerd op de ondergaande zon, het enige zicht van die dag.

Een zware dag

De nacht in de Geraer hütte verloopt wat onrustig. Een groep Nederlanders heeft moeite met de huttenruhe en we krijgen nog late wandelaars op de kamer. We staan dan ook ietwat vermoeid op als we beginnen aan de zwaarste dag van het programma. We moeten vandaag 3 keer klimmen (en dalen) om bij de volgende hut uit te komen. Vandaag is een heldere dag. De wolken zijn weg en we zien eindelijk bij wat voor prachtige wand de hut ligt. Onze eerste klim gaat langs een blokkenterrein naar een kleine col. Het mos op de keien is nog bevroren en dat maakt het hier en daar gevaarlijk glad. Ik loop hier vrij makkelijk overheen, maar mijn vader loopt hier voorzichtig overheen. We moeten allebei nog erg wennen aan ons gezamenlijke tempo.

Nadat we de eerste col over zijn dalen we een flink stuk af. We moeten een rivier oversteken, maar door de modderstromen van het voorjaar is een flink stuk pad weggeslagen. Met de nodige moeite vinden we het pad dat omhoog gaat naar de tweede col. Vanaf hier gaat het wat minder met mijn vader. Hij loopt te snel omhoog en raakt daardoor binnen een paar honderd meter buiten adem. Onzekerheid over de vereiste conditie en de vijf dagen die nog voor ons liggen slaan toe. Ook bij mij want ik wil vooral dat we allebei deze huttentocht plezier hebben en dat we vooral kunnen genieten van de omgeving. Dat lijkt op dit moment niet het geval te zijn.

Nadat we een paar keer verder lopen en weer tot stilstand komen vraag ik of ik voorop mag lopen. Ik besluit een langzaam tempo aan te gaan houden dat we beiden vol kunnen houden. Het tempo is nog niet eens zo gek langzaam (200-250 hoogtemeters in het uur), maar zorgt er wel voor dat er wat meer rust komt. ‘slow & steady, we komen er vanzelf’ zijn de woorden die hierbij helpen. Al gelooft mijn vader niet helemaal dat we er ‘vanzelf’ komen. 

Met dit tempo komen we boven op de tweede col. We dalen af en zien de volgende col alweer voor ons uitreizen. Nadat we er een stukje op zijn gelopen stoppen we voor de lunch. We kijken uit over de vallei die behoorlijk veel lijkt op de vorige twee valleien. Het tempo bevalt mijn vader een stuk beter, maar of hij al aan het genieten is vraag ik me af. Op ons rustige tempo maken we de laatste klim van de dag af en komen we op een prima tijdstip van 3 uur aan bij het Tuxerjochhaus. Vanaf het Tuxerjochhaus heb je een prachtig uitzicht op de Hintertux gletsjer. Dit is een plek met herinneringen voor mijn vader omdat hij de gletsjer al eens eerder heeft bezocht tijdens een verblijf in Mayrhofen. De hut zelf is niet meer de modernste en het eten is ook niet super. Toch maakt het uitzicht op de Hintertux gletsjer vanuit het grote overdekte terras veel goed.

Uitzicht op de Hintertux gletsjer vanaf het Tuxerjochhaus

Ommekeer

Het gesprek in het Tuxerjoch Haus gaat vooral over de tocht en het weer van morgen. We gaan dan de hoogste pas van deze huttentocht over, de Friesenbergscharte van 2.904m. Na de pas schijnt het ook nog eens kaarsrecht naar beneden te gaan. Daarbij lijkt het er ook op dat het weer vroeg in de middag om zal slaan en dan wil je niet op die afdaling zitten. Wij maken ons zorgen of we met ons rustige tempo op tijd de pas over zijn. Aan de andere kant willen we niet afdalen naar het dal om de hele passage in zijn geheel te vermijden. Volgens de huttenwaard is het ook de laatste dag dat we kunnen oversteken voordat de pas door sneeuw niet meer toegankelijk zal zijn. De opties zijn dan ook beperkt.

We gaan de hoogste pas van de huttentocht over, maar er is slecht weer op komst. Volgens de huttenwaard is het de laatste dag dat we kunnen oversteken voordat de pas door sneeuw niet meer toegankelijk zal zijn.

We besluiten uiteindeljk om een deel van de route af te leggen per kabelbaan. Door een stukje af te dalen naar Mittelstation Sommerberg kunnen we de kabelbaan nemen naar het Tuxerfernerhaus op 2.660 meter hoogte. Door daar weer een stukje af te dalen komen we op de puinhelling terecht die ons recht onder de pas brengt. Op deze manier besparen we flink wat kilometers en hoogtemeters op het totaal en hebben we meer zekerheid over het schema. Nog belangrijk voor mij, het plaatst plezier voorop als belangrijkste prioriteit voor deze huttentocht. Door deze keus houden we het leuk en dat is voor mij het enige dat telt. 

Zo staan we om half 9 ’s ochtends met een lichte voorsprong al op 2.500 meter hoogte. Vanaf hier beginnen we aan de puinhelling. Het tempo is wederom rustig en we houden een prima schema aan om op tijd boven te zijn. Het blokkenterrein is niet makkelijk te passeren en de route is soms ontzettend lastig te volgen. Gelukkig zijn er meer dan genoeg markeringen te vinden die de juiste weg aanwijzen. Het weer blijft beter dan verwacht en dat zorgt voor een goed humeur en gerust gevoel.  Zodra we bovenop de pas komen zijn we aanbeland bij een keerpunt in deze huttentocht. Het uitzicht is schitterend en de zwaarste klim is achter de rug. Het gevoel is een stuk beter en we kunnen langzaam genieten van de tocht. In de verte zien we de de vele mooie gletsjers op de grens met Italië. Daarvoor ligt het mooie Schlegeiss stuwmeer en helemaal onder ons kijken we uit op het Friesenberghaus. Dit is de enige hut van de Peter habeler runde die we over zullen slaan. Recht onder ons is vrijwel niks. Het gaat hier inderdaad recht omlaag via steile paden en kabels.  

Om half 9 in de ochtend beginnen we aan onze klim naar de Friesenbergscharte
Aan de andere kant van de Friesenbergscharte gaat het recht omlaag.

Naar de Olperer hütte

Tijdens het afdalen halen we weer wat wandelaars in die ons op weg naar boven zijn gepasseerd. Het laat zien hoezeer ervaring in de bergen telt op dit soort terrein. Die ervaring hebben mijn vader en ik namelijk meer dan genoeg. Zodra we de steile afdaling achter ons laten gaat het pad grotendeels over de hoogtelijn verder richting de Olpererhütte. Het weer is aan deze kant van de pas heerlijk en zonnig. In de verte zien we het Schlegeiss terwijl mijn vader weer andere herinneringen ophaalt van vroegere wandelingen achterin het dal en een huttenbezoek aan Furtschaglhaus met mij als klein kind. Het is fijn om eindelijk ontspannen te kunnen rondlopen en samen te genieten van de bergen om ons heen.

We lunchen lekker in het zonnetje en maken ons klaar voor het laatste stuk richting de hut. De Olpererhütte is een hut die mijn vader vroeger al eens wilde bezoeken. Inmiddels geldt dat voor veel meer toeristen, maar dat komt vooral door een instafamous bruggetje waar iedereen graag foto’s wil maken. Helaas is dit bruggetje de enige doorgang van onze huttentocht. Het zorgt dan ook voor een hoop chagrijnige gezichten als wij toch echt over willen steken en blijkbaar wat fotomomenten verpesten.  

Bij de hut slaat het weer snel om en kunnen we zelf nauwelijks genieten van het uitzicht. Het weer is net als twee dagen geleden, maar nu is de sfeer anders. Mijn vader heeft meer vertrouwen in een goede afloop van de huttentocht en we zijn inmiddels op de helft. We wennen meer en meer aan het ritme van het huttenleven en de dagelijkse wandeltochten. Het eten is heerlijk en we hebben er weer volop zin in! Met een fijn gevoel duiken we dan ook ons bedje in, niet wetende wat ons de komende dagen te wachten zal staan. Maar wat dat is, vertel ik je volgende keer! 

In de verte kijken we uit over het Schlegeiss stuwmeer waar mijn vader veel herinneringen aan heeft

Ik duik graag de natuur in op zoveel mogelijk manieren. Het liefst loop of klim ik in de bergen, maar een paar dagen rondtrekken in de natuur of rondvaren met een kano vind ik ook heerlijk. Het nietig voelen in de natuur en het even helemaal weg zijn van alles is waarvoor ik naar buiten ga.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit sed.

Follow us on