De Dent du Géant, je kan er niet omheen. Zodra je op de Vallée Blanche bent staart hij je aan vanuit de verte. Deze berg is zo markant dat het gelijk duidelijk is over welke berg je het hebt. De grote rots steekt steil boven de andere bergen uit en vraagt bijna om beklommen te worden. Toen wij vijf jaar geleden onze eerste voeten op een gletsjer zetten prentte deze berg zich in mijn geheugen. Ooit zou ik hem beklimmen. Lange tijd bleef dat het ook, een berg voor ooit. Tot deze zomer toen we oog in oog stonden met het Madonnabeeld op de top.
AFSTAND
9 kilometer
GESCHATTE TIJD
7-10 uur
HOOGTEMETERS
800 meter
START HOOGTE
3.375 meter
HOOGSTE PUNT
4.013 meter
MOEILIJKHEIDSGRAAD
Alpinisme – gemiddeld
Dent du Géant beklimmen? Dit moet je weten
De naam van deze berg is eigenlijk vrij logisch. Direct vertaald is het namelijk “de gigantische tand”. In het Italiaans ook wel Dente del Gigante genoemd. En dat klopt ook wel als je hem ziet. De berg is technisch uitdagend (AD+ met maximaal 5C klimmen), hoog (4013 meter) en af en toe ook flink koud. Ook is het een van de favoriete doelen van de klimmers die in de Torino hut (3375m) slapen. Je zult dus niet snel de enige zijn op deze berg.
In totaal is het geen lange klim in afstanden en kilometers, maar door de technische moeilijkheid en de drukte ben je al snel uren onderweg. Een gidsjestijd van 7 uur is zeker haalbaar, maar dan moet je wel continu door kunnen klimmen of heel fit zijn zodat je op de heen en terugweg wat tijd inhaalt.
De voorbereiding voor de Dent du Géant
5 jaar geleden zagen we deze berg dus voor het eerst. Op dat moment was de berg totaal onhaalbaar. We wisten amper iets van Alpien klimmen, laat staan van het beklimmen van deze berg. Voordat we hier dus een poging konden wagen was het belangrijk om ervaring op te doen. Met klimmen, met multipitchen, op gletsjers en met lange dagen in de buitenlucht.
Zo deden we de afgelopen jaren al ervaring op met 4000’ers in Wallis en het Monte Rosa massief, klommen we veel binnen en buiten en zorgden we ervoor dat ons uithoudingsvermogen elk jaar verbeterde. Dat deden we niet specifiek met deze klim in gedachten, maar meer vanwege onze brede interesse. Toch is het allemaal belangrijk om te ontwikkelen als je aan de Dent du Géant wilt beginnen.
Als laatste voorbereiding probeerden we ook wat te acclimatiseren zodat we niet te veel last hadden van de hoogte. Maar door het slechte weer voor onze klim was dat toch wat lastiger dan gedacht.

Naar de Torino hut
Om de Dent du Géant te kunnen beklimmen is de Torino hut de beste uitvalsbasis. Je ziet ook regelmatig mensen met tentjes op de Vallée Blanche, maar dat is officieel niet toegestaan. Naar de Torino hut kan je op twee manieren, via de Franse (Chamonix) kant of via Italië (Courmayeur) kant. Omdat wij een week in Chamonix zitten is dat de beste weg. Toch blijkt na een kort bezoek aan Aiguille du Midi dat we naar de Italiaanse kant moeten. Het weer is zo slecht dat de tweede kabelbaan over de Vallée Blanche niet gaat. We dalen weer af, rijden in een drukke rij door de Mont Blanc tunnel en gaan aan de Italiaanse kant weer omhoog. Als we eenmaal bij de hut zijn, zijn we blij dat we deze uitdaging in ieder geval al hebben overwonnen.
De dag van de klim
Om 02:45 staat de wekker. Na amper 3 uur slaap wordt ik vermoeid wakker. Gisteren hebben we de Aiguille d’Entrèves beklommen en dat voel ik nog licht in de spieren. Ik probeer wat ontbijt naar binnen te schuiven, maar verder dan een bakje yoghurt kom ik niet. Hier zullen we het mee moeten doen. Net voordat de klok kwart voor 4 aantikt staan we op de gletsjer. Het eerste deel is rustig inkomen want dat loopt over een (inmiddels) gespoord pad naar de start van de klim.
Het pad dat er ligt wordt steeds steiler naarmate we dichter bij de klim komen en dat is de eerste keer dat ik al lichtjes voel dat mijn spieren vandaag echt aan het werk moeten. We klimmen door het couloir heen en laten hier de gletsjer achter ons. Het is nog steeds aardig donker en mijn koplampje schijnt alle kanten op om te zien waar ik mijn voeten eigenlijk neerzet.


Zonsopkomst op het Fruhstucksplatz
We klauteren rustig verder en de sneeuw maakt al snel plaats voor terrein waar we regelmatig onze handen nodig hebben om hoger te komen. 1 keer maak ik een verkeerde move en val zo weer terug op de rots onder me, het is een niet al te best begin. Gelukkig heb ik me nergens bezeerd en was ik goed gezekerd waardoor ik dus weer rustig verder kan lopen. Nog een klein stukje en dan kunnen we aan de echte klim beginnen.
Inmiddels heeft de duisternis ook plaats gemaakt voor een lichte schemer. De koplampjes kunnen uit en we zien steeds meer van de majestueuze omgeving waar we eigenlijk aan het bewegen zijn. Na iets meer dan 2 uur komen we aan op het Frühstücksplatz en krijgen daar een traktatie waarvan we niet wisten dat we er op zaten te wachten. De bergen voor ons kleuren namelijk in alle tinten rood en de zonsopkomst over de Vallée Blanche blijft een van de mooiste die ik ooit gezien heb. Thomas en ik delen een banaan om weer wat energie binnen te krijgen (het heet immers niet voor niets Frühstücksplatz) en we maken ons klaar om aan de échte klim te beginnen.

Recht omhoog tot 4000 meter
Voordat we kunnen klimmen moeten we nog best een tijdje wachten. De verschillende touwgroepen voor ons zijn nog bezig met de instap en we kunnen er niet voorbij. Het is vandaag flink koud en we moeten op onze plaats blijven bewegen om niet al onderkoeld te raken voor we aan de klim zijn begonnen.
Na zo’n 45 minuten kunnen wij dan ook van start. Vandaag klimmen we met onze gids Fansesco omdat deze klim toch wel op de grens van ons eigen kunnen ligt en we vinden het fijn om volledig op het klimmen te kunnen concentreren. Dat betekent ook dat wij voornamelijk naklimmen en hem zekeren terwijl hij met het touw omhoog klimt.
De eerste twee pitches van deze klim zijn lekker inkomen. De eerste is een beetje vreemd, maar niet moeilijk en de tweede is gewoon heerlijk klimmen. De tweede pitch is ook de enige pitch zonder vaste touwen en daar geniet ik volop van. Met mijn handen aan de wand, het voelen van de rots en elke stap bewust en rustig neerzetten. Het zou mooi zijn als dit de hele klim doorgaat, maar helaas blijft deze euforie niet lang.
Hijsen en sjorren aan vaste touwen
Na de tweede pitch verandert de route naar een vlakke, licht voorover hellende plaat met spleten. Dit is ook de plek waar de vaste touwen tevoorschijn komen. Dikke, witte stukken stof die je moeten helpen om de klim wat makkelijker te maken. Maar al snel leren we dat deze touwen helemaal niet fijn zijn. Met handschoenen aan zijn ze hartstikke glad en de beweging lijkt nergens op het klimmen wat ik zo gewend ben van de wand. Ik probeer ze dan ook zoveel mogelijk te vermijden.




Door het slechte weer van afgelopen dagen is de route nog redelijk ijzig en klimmen we ook nog eens op stijgijzers. Waar ik normaal relatief makkelijk een 5C op kom, kost het met nu de grootste moeite. Ik doe mijn handschoenen maar uit om meer gevoel te krijgen, maar de wind is ijzig en mijn vingertoppen koelen snel af. Toch heb ik geen andere keus. Het is tanden op elkaar en doorgaan. Hijsen en sjorren, elke stap weer. Tot ik weer veilig bij het volgende standpunt sta en mijn handen vol opluchting weer even in mijn handschoenen kan opwarmen.
Zo klimmen we nog een paar pitches door en bij elke pitch die we klimmen vloeit de energie uit mijn lichaam. De hoogte begint grip op me te krijgen en ik voel de misselijkheid opkomen. Achter me is een gids continu tegen me aan het kletsen, maar het enige dat ik kan denken is “NU EVEN NIET”. Gelukkig voelt Thomas zich wat beter en kan hij de laatste pitches het zekerwerk van me overnemen. Het enige dat ik nu nog moet doen is zorgen dat ik boven kom.
De wind op kop
De moeilijkste pitch is een pitch die traverserend begint en dat is mijn redding van de dag. Zodra ik namelijk de hoek om stap komt de ijskoude wind me tegemoet. Ook al is dat geen pretje voor mijn handen (ik klim nog steeds zonder handschoenen), mijn misselijkheid zakt wel weg. Toch is mijn energie ver te zoeken terwijl elke stap die ik maak nog eens extra energie van me vraagt. Ik weet dat het niet ver meer is en mijn focus ligt volledig op het halen van de top. Ik weet dat ik het kan en dat ik gewoon door moet blijven klimmen.


Oog in oog met het madonnabeeld
Na iets meer dan 5 uur klimmen is de top in beeld. Ik maak de laatste ongemakkelijke move en sta dan oog in oog met het Madonnabeeld op de top. Ik ben opgelucht en trots want deze klim kwam echt niet makkelijk. Maar wat ik de afgelopen jaren ook heb geleerd is dat je mentaal zo veel sterker kan worden van de bergen. Je wordt weerbaar voor de elementen, voor de fysieke uitdagingen en je weet dat je alleen moet focussen op de volgende stap. Het uiteindelijke doel komt dan vanzelf dichterbij.

Afdalen met abseils
We maken wat beelden en dan is het alweer tijd voor de afdaling. 6 pitches abseilen. Dat klinkt relaxed en makkelijk, maar als je al veel energie hebt verbruikt dan is ook dat nog best intensief. Je moet goed blijven opletten en de standplaatsen zijn ook niet zo ruim. Gelukkig zijn er wel genoeg plekken waardoor alle touwgroepen op verschillende haken kunnen abseilen. Wij kiezen onze lijn naar beneden en als we weer op de gletsjer staan is het tijd voor een lange, welverdiende pauze.
Na wat eten en drinken, het genieten van de inmiddels warme zon en wat rust voor de spieren is het tijd om het laatste stuk nog verder af te dalen. En dat doen we lekker relaxed. We hebben geen haast meer en lopen rustig naar beneden. Zo hebben we nog extra tijd om te genieten van de prachtige omgeving waar we zijn.
Na precies 10 uur zitten we binnen weer aan een bord lekkere pasta en een flink glas cola. Wat een ervaring en wat ben ik blij dat we deze top beklommen hebben. Het is echt een prachtige en afwisselende klim. Een avontuur dat ik voor geen goud had willen missen!













