AFSTAND
6 kilometer
GESCHATTE TIJD
5,5 uur
HOOGTEMETERS
810 meter
START HOOGTE
2.598 meter
HOOGSTE PUNT
3.376 meter
MOEILIJKHEIDSGRAAD
Alpien – Eenvoudig (PD-)
De Suldenspitze (Cima Solda) is een van de toppen van het Stelvio Nationaal park en vernoemd naar het leuke bergdorp Sulden. Een leuke gletsjertocht die uitermate geschikt is om technieken op te frissen of te trainen en tegelijkertijd uitzicht te krijgen op de mooie (en rustige) alpiene omgeving die je hier nog tegen kunt komen. Voor onze alpiene avonturen in het Stelvio Nationaal park zochten wij een tocht waar we weer even goed ervaring op konden doen en die keuze viel al snel op de Suldenspitze!
Sulden, bergdorp voor de echte avonturier
Voordat we de Suldenspitze beklimmen, strijken we eerst nog even neer in het dorpje waarnaar de berg vernoemd is: Sulden. Anders dan het Oostenrijkse Sölden ligt Sulden in het Italiaanse Stelvio Nationaal Park in de buurt van de beroemde Stelvio pas. Sulden is een echt bergdorp. Er zijn veel hotels te vinden, twee kleine supermarkten, een aantal cafés en natuurlijk een gidsenbureau.
Sulden ligt aan de voet van de hoogste berg van Süd Tirol, namelijk de Ortler. Vanaf Sulden krijg je recht omhoog tegen deze imposante berg. Er zijn maar weinig van dit soort typische bergdorpjes die vlak aan de voet liggen van iconische bergen waar je recht tegenaan kijkt. In dat rijtje horen bijvoorbeeld Grindelwald met de Eiger, Saas-Fee met de Dom en dus ook Sulden met de Ortler.
Wij zijn hier in juli, hoogseizoen voor alpinisten, en toch is het hier redelijk rustig. Er is weinig ruimte voor toerisme. Hoewel één van de zeven musea van Reinhold Messner hier te vinden is en hijzelf ook af en toe vind je hier voornamelijk alpinisten die de bergen in trekken. Het gidsenbureau begrijpt dat goed en na een korte check of de routes die we willen doen begaanbaar zijn maken we onze plannen voor onder andere de beklimming van de Suldenspitze.

Mis de Suldenspitze kabelbaan niet!
Sylvia heeft alvast wat uitzoekwerk gedaan. De Sulden kabelbaan brengt je naar 2.598 meter hoogte en vanaf daar is het maar een kort stukje naar de gletsjer. Ideaal voor ons omdat we vooral veel tijd op de gletsjer door willen brengen om goed te kunnen oefenen. In het voorjaar gaat deze kabelbaan niet elke dag maar in juli gelukkig wel. Wat helemaal fijn is, op zaterdagen vertrekt de kabelbaan ook al om 7 uur! Sylvia is echter van mening dat dit betekent “alleen om 7 uur” en mij lijkt het sterk dat ze op zaterdag niet gewoon starten vanaf 7 uur…
Dankzij wat getreuzel komen wij dan ook om 2 over 7 aan bij de kabelbaan. Die vertrekt netjes op tijd en al snel blijkt dat Sylvia tocht echt gelijk had. De kabelbaan gaat maar één keer op zaterdag ochtend en daarna pas weer om half 9. Dat zijn toch kostbare uren die we hier mislopen. Helaas heeft alsnog naar boven lopen geen zin want met 700 hoogtemeters zijn we waarschijnlijk niet eerder. Er zit niets anders op dan nog even te wachten en de eerstvolgende kabelbaan omhoog te pakken.
Suldengletsjer, uitermate geschikt voor oefeningen
Vanaf de kabelbaan is het nog zo’n anderhalve kilometer naar de gletsjer. Dat dit niet helemaal zonder gevaar is blijkt wanneer Sylvia op een relatief vlakke sneeuwhelling onder vuur genomen wordt door grote schuivende stenen. Gelukkig kan ze nog net op tijd wegduiken en komen we ongedeerd bij de gletsjer aan.
De gletsjer onder de Suldenspitze (Suldenferner) is relatief vlak. Toch is het nog 700 hoogtemeters over de gletsjer om bij de Suldenspitze te komen. We binden onszelf in en Sylvia gaat voorop om de meest geschikte route te vinden. We zijn zeker niet alleen op de gletsjer, want links en rechts zijn er touwgroepen op pad. Veelal zijn dit groepen met cursisten die hier de eerste meters op de gletsjer maken. Maar ook zien we de reddingsbrigade die hier zelf op pad is om oefening te doen.
De Suldengletsjer is wat dat betreft uitermate geschikt met veel ruimte, weinig risico op steenslag (behalve de aanloop dan) en kleine breukzones. In het goede seizoen dat wij hebben tijdens deze tocht is er ook weinig ijsvorming. Dat maakt de grip goed en het sporen niet al te lastig.

default 
default 
default 
default 
default 
default
Wind en uitzicht op de Suldenspitze
Langzaam maar zeker lopen we over de gletsjer boven de andere groepen uit. Het ziet er naar uit dat er niet veel groepen zijn die vandaag omhoog gaan. De groepen blijven in het onderste gedeelte van de gletsjer om oefeningen te doen. Wellicht zijn er al andere groepen op de top die wel de vroege kabelbaan hebben genomen. Voor ons is het echter ideaal omdat we nu zelf goed kunnen oefenen met het zoeken van onze route over de gletsjer.
Die route gaat veelal recht over de gletsjer aangezien deze niet al te steil is. Waar er meer bollingen in het terrein vormen volgen we een zigzagpatroon. We verlengen en verkorten onze touwafstand afhankelijk van de steilte van het terrein en krijgen zo weer veel gevoel bij de technieken voor de gletsjer. Ondertussen proberen we ook te genieten van het uitzicht. Vooral het uitzicht op de zuidwand van de Ortler en de Koningspitze zijn prachtig. Maar ook kijken we naar de vele seracs die lager op deze bergwanden hangen.
Hoger op de gletsjer wordt het warmer. We zijn inmiddels 2 uur en 20 minuten onderweg en lopen nu vrijwel direct onder de graat. Er is hier weinig wind, veel witte sneeuw en in combinatie met de zon maakt dat het redelijk warm. Dit is echter niet lang het geval. Zodra we op de graat komen worden we aangevallen door een zeer stevige wind. De graat is gelukkig maar op enkele plekken een beetje smal en daardoor kunnen we goed onze weg naar de top vervolgen.

De top
Om half 12 bereiken we de 3.376 meter hoge Suldenspitze die te herkennen is aan een bijzonder topkruis. Het topkruis bestaat uit een kanonhouder die refereert aan de strijd die heir in de bergen werd gevoerd in de Tweede Wereldoorlog. Vanaf hier hebben we een mooi uitzicht over de gletsjer die we de hele dag gevolgd hebben, de kabelbaan daarachter en het bergdorpje Sulden in de verte. De Ortler en Koningspitze zijn al langere tijd onze metgezellen in deze tocht, maar nu krijgen we ook zicht op de Monte Cevedale in het zuiden. In het westen zien we de Forni vallei, die we enkele dagen later zullen gaan bezoeken.
De wind maakt een lang verblijd op de top niet echt draaglijk en dus keren we over dezelfde graat terug naar de gletsjer. Er is nog een andere mogelijkheid om af te dalen, namelijk langs de Eisseepass. Daar komt wat meer klauteren bij kijken en vandaag slaan we deze over. We keren rustig aan over de gletsjer terug en wanneer we beneden zijn zien we nog steeds groepen aan het oefenen. Het inspireert ons om ook wat reddingstechnieken te oefenen nu we er toch zijn. Zo zijn we aan het einde van de dag weer helemaal opgefrist, klaar voor nieuwe tochten en hebben er ook alweer een leuke tocht opzitten!














