AFSTAND
10 kilometer
GESCHATTE TIJD
9u & 30min
HOOGTEMETERS
1.110 meter
START HOOGTE
3.290 meter
HOOGSTE PUNT
4.130 meter
MOEILIJKHEIDSGRAAD
Alpien – Gemiddeld (AD-)
De Jungfrau (4.158m) is net als de Mönch en de Eiger een van de drie klassiekers van de Berner Alpen. Een aansprekende berg voor velen en naamgever voor het hoogste treinstation van Europa (3.463m) op het Jungfraujoch. Een uitdagende en veelzijdige beklimming met een uitzicht tussen twee verschillende werelden.
Met de trein naar het Jungfraujoch
De meest logische manier om de Jungfrau te beklimmen is door eerst de trein te pakken naar het Jungfraujoch. Dit kan bijvoorbeeld vanuit Interlaken of Grindelwald. Een aardig prijzig ritje (CHF 100,- voor enkeltje / +CHF 120,- voor een retour) voor een tocht die voornamelijk in een tunnel plaatsvindt. Deze treinrit biedt je de kans om tussentijds uit te stappen en de Eigergletsjer te bewonderen of de vele attracties rondom het Jungfraujoch. Als alpinist ga je echter vaak meteen door en mis je dus het meeste van deze bijkomstigheden.
Je kan de Jungfrau ook beklimmen door aan te reizen vanuit de Aletschgletsjer. Dit is een lange tocht en daardoor kun je de Jungfrau zeker niet in een dag beklimmen. Gelukkig is er vlakbij het Jungfraujöch de Mönchjochhütte (3.650m) waarin je kunt overnachten. Onze tocht bevat een beetje van beide. We namen eerst de trein naar het Jungfraujoch, maar reisden meteen verder om de Finsteraarhorn te beklimmen. Na de terugtocht over de Aletschgletsjer slapen we in de Mönchjochhütte en maken we ons op de Jungfrau te beklimmen.

Oversteek van het Jungfraufirn
We zijn deze keer met Ron en Rens op pad, met wie we eerder al verschillende tochten boven de 4000 meter maakten. Vandaag is onze samenstelling echter wat anders, want Sylvia geeft in de vroege ochtend aan dat ze helaas in de hut zal blijven. De beklimming van de Finsteraarhorn, de barre tocht over de Aletschgletsjer met windsnelheden van boven de 80 km/uur en andere blessures blijken toch net iets teveel te zijn.
De sfeer is dus een beetje bedrukt als we met zijn drieën over het brede, door sneeuwschuivers gladgestreken pad wandelen dat van de Mönchjochhütte naar het Jungfraujoch lopen. We zijn een van de laatsten en dat betekent dat we in de verte lichtjes van andere alpinisten zien die de gletsjer al bijna zijn overgestoken. We besluiten een klein beetje door te lopen om wat meer aan te haken bij de rest. Na alweer 5 dagen boven de 3000 meter is acclimatisatie geen probleem meer.
Vanuit het Jungfraujoch moeten we een klein stukje van het hoger gelegen deel van de Jungfraugletsjer (of Jungfraufirn) oversteken. Die is redelijk spleetrijk en dat maakt het lastig om de navigeren in het donker om 4uur in de nacht. De langste van onze groep, Rens, lijkt opeens een heel stuk kleiner wanneer zijn been wegzakt in een gletsjerspleet. Meteen zijn we weer alert en navigeren we nauwgezet naar het Rottalsattel, een rode rotspartij waar de opgang van de beklimming begint.

Klimmen naar de crux van de Jungfrau
De beklimming van de Jungfrau kent veel afwisselende uitdagingen. Eerst klimmen we omhoog langs de rosten van het Rottalsattel. Door de terugtrekkende gletsjer verandert de opgang vanaf de gletsjer ieder jaar en we volgen dus vooral de sporen en lichtjes van anderen. Het navigeren op de rots is niet al te moeilijk en is veelal klauteren met hier en daar wat meer klimpassages die je overigens prima kunt afzekeren.
Zodra we boven op de rotsen van het Rottalsattel zijn gekomen gaan de stijgeizers wederom aan en vervolgen we onze weg omhoog. We volgen een mooie, lange sneeuwgraat die relatief steil omhoog kronkelt richting de plek waar we op de graat van de Jungfrau zullen klimmen. De zon komt op en dit zorgt voor werkelijk prachtige beelden over het gletsjerlandschap.

De welbekende crux van de Jungfrau is de steile passage van meer dan 45 graden om op de graat te komen, waarover later meer. Wij vinden echter de passage voor deze klim net zo spannend. We moeten hier een steile wand traverseren. Boven ons hangen seracs, onder ons een gletsjersleet. Daartussen lopen wij letter voetje voor voetje in uitgehakte voetplaatsen om een zeer vereisde wand. Volle concentratie (en dus geen foto’s) omdat elke fout hier ongelukken kan veroorzaken. De passage is grofweg 100 meter maar voelt veel langer. Zodra het terrein weer wat minder steil wordt halen we opgelucht adem. Nu is het tijd voor die echte crux!
Jungfrau Bergschrund en graatbeklimming
Om de Jungrau te beklimmen moet je halverwege op de graat terecht komen. Hiervoor moet je eerst een bergschrund (gat tussen twee sneeuwlagen) overwinnen om vervolgens relatief steil omhoog te klimmen. Ieder jaar zijn hier de condities ook weer anders. In het begin van het seizoen kan het zijn dat dit gat te groot is en geen hulpmiddelen heeft. Begin juli kunnen wij gelukkig gebruik maken van een houten ladder en gefixeerd touw dat deze klim een stuk beter maakt.
Echt prettig is de klim nog steeds niet. De houten ladder helpt om over de anders onmogelijke bergschrund heen te komen, maar de rest van de opgang langs gefixeerde touwen is niet bepaald prettig. De bestaande voetstappen in de sneeuwwand zijn al erg uitgesleten en het gefixeerde touw in combinatie met een prusik zekering is erg welkom. Vanaf de graat kun je andere klimmers zekeren als dat nodig is.


Bovenaan de klim is de graat relatief smal terwijl we op weg zijn naar de echte wand van de Jungrau. We lijken nog steeds de laatsten op de klim, maar we zijn inmiddels aardig ingelopen op de groepen voor ons. De sneeuwwand die op ons wacht lijkt aardig steil. Het lijkt erop dat bij de beklimming van de Jungfrau vele uitdagingen wachten.
Naar de top van de Jungfrau
Zodra je aan het laatste deel van de Jungfrau begint zie je her en der ijzeren palen die verankert zijn in de berg. Dit maakt het extra handig om veilige zekeringen snel aan te kunnen leggen. Vanaf de graat heb je afhankelijk van de condities twee mogelijkheden. Omhoog via een steile ijs- of sneeuwwand, of omhoog over de rotsen. Aangezien de groepen voor ons over de sneeuw omhoog gaan besluiten we dat voorbeeld te volgen. Dit moment maakt de beklimming nu al geweldig. 35 meter omhoog over een steile sneeuwwand betekent volle concentratie en vol adrenaline!
Na de sneeuwwand gaat de beklimming voornamelijk verder over rotsen. Hier en daar een beetje opletten, maar verder niet heel lastig. Er volgt nog een sectie waar het iets meer opletten is, de laatste uitdaging. De rotsen zijn hier steiler en verijsd. Ik klim hier voorzichtig vooruit, vertrouwend op de grip van de stijgijzers. Bovenaan deze passage bevindt zich weer een ijzeren paal om de rest na te zekeren.


De laatste meters naar de op zijn nu in zicht. De enige groep die nog voor ons zit verlaat precies op tijd de top. Daardoor hebben we vrij uitzicht in alle windrichtingen. De Mönch en het Jungfraujoch ditchtbij. Het volledig witte Berner alpen landschap achter ons met in de verte de Finsteraarhorn waar we een paar dagen eerder op stonden. De Mont Blanc en Monte Rosa in de verte. En in het noorden? Daar lijkt alles vrijwel groen en stukken lager. Een echte splitsing tussen het alpiene berglandschap en de wereld daaronder.

Afdalen naar het Jungfraujoch
Nu de wind begint toe te nemen wordt het aardig koud. We maken snel weer aanstalten om af te dalen. We zien nu dat we niet de laatsten zijn. Er zijn nog een paar groepjes in de verte die hun weg omhoog maken. We dalen af langs de vele verschillende uitdagingen die we vandaag zijn tegengekomen. Verijsde rotsen, ijzige sneeuwwanden, bergschrunds en steile traverses. Later op de dag is alle sneeuw natuurlijk een stuk zachter geworden, maar we denken niet dat dit de situatie beter maakt. We zijn blij als we weer onder de seracs vandaan zijn gekomen.
Een aantal gidsen voor ons daalt af via het midden van de Jungfraugletsjer. Het lijkt aanlokkelijk, maar we kennen het terrein niet goed genoeg en besluiten terug te gaan via de weg die we zijn gekomen. De vermoeidheid wordt ondertussen merkbaar. Hoewel we opnieuw in de Mönchjochhutte zullen slapen is ons doel nu vooral het Jungfraujoch. Daar wacht Sylvia namelijk op ons en we kijken uit naar een uitgebreide lunch en tour door het complex. Hebben we toch nog een beetje waar voor het geld van dat treinkaartje.













