MonViso (3.841m) beklimmen als 14 jarige

Het maken van een klimwand op onze zolder heeft verschillende voordelen gehad. Zo hebben we nu allereerst een fijne trainingswand en doordat we de zolder hiervoor op moesten ruimen kwamen we verschillende reisverslagen tegen uit mijn jeugd. Deze toverden stuk voor stuk een glimlach op ons gezicht. Dit komt gedeeltelijk door de herinneringen aan diverse beklimmingen, maar ook door de (licht overdreven) schrijfstijl die ik toen hanteerde. Het mooiste verslag is die van de beklimming van de Monviso als 14 jarige. Deze eerste echte alpiene beklimming samen met mijn vader staat nog steeds in mijn geheugen gegrift en dus ook op schrift. Ik neem jullie mee in het verslag van deze beklimming en voorbereiding zoals ik die destijds op schreef voor een opdracht van mijn middelbare school.

Tegenwoordig zijn we niet allemaal meer zo geduldig als mijn leraar Nederlands. Daarom heb ik in het verslag soms wat stukjes verder gelaten. Voor de rest heb ik de tekst zoveel mogelijk hetzelfde gelaten, tenzij het niet meer om aan te lezen was. Tussendoor zal ik even wat nuances aanbrengen met de ervaring en kennis van afgelopen jaren. 

De Start

We beginnen onze tocht vanaf de camping. Om negen uur vertrekken we bepakt met de auto naar de Monviso. Eerst moeten nog ongeveer 2 uur rijden over 2 passen, waaronder de Isowar en de grenspas van 2500 meter hoogte. De hoogte die onze hut ook heeft. Na ongeveer 2 uur komen we in een klein plaatsje aan en zetten de auto neer. We weten niet precies waar de opgang is, maar na even rond vragen weten we waar we naartoe moeten. We beginnen op een groenig, niet al te steil tukje in een klein dalletje waar een rivier doorheen loopt. Hier is nog volop beschaving, maar dat zullen we de komende dagen niet meer tegenkomen.

We komen later op een iets bredere weg, waar meer mensen lopen. Daarna komen we via een boer te weten welke opgang we weer moeten hebben. We klimmen gestaag door een bosgebied en rusten soms wat. Na een tijdje komen we op een open vlakte uit en klimmen we door minder bebost gebied. We komen wat wandelaars tegen die terugkomen. Veel wolken trekken door dit stuk en het is een stuk koeler nu. We komen uit op een vlakte en moeten klimmen via vervelende losse keien. Ook daarbovenop rusten we uit. Het blijkt dat we nog een heel stuk moeten klimmen naar een pas. Daarboven op gekomen, na zo’n anderhalf uur lopen, zitten we op 2.700 meter hoogte. Aangezien we op 1.500 meter zijn begonnen, hebben we nu al zo’n 1.200 meter geklommen.

Het verslag zoals destijds voor mijn opdracht op de middelbare school geschreven

Deze eerste echte alpiene beklimming staat nog steeds in mijn geheugen gegrift en dus ook op schrift

Mistmannetjes

Vanaf nu (2.700m) is het nog zo’n anderhalf uur lopen door 2 grote onbewoonde dalen en zakken naar 2.500m. Het eerste dal bevat 2 meertjes en zeer veel mistmannetjes. Dat zijn stenen die op elkaar gelegd zijn, met een grote platte steen in het midden. De mistmannetjes moeten in de mist de richting aangeven waar je heen moet. Als je een steen erbij legt stem je de weergoden gunstig, zeggen ze. Aangezien er hier zoveel stonden, waren we eigenlijk gelukkig dat het niet mistig was, anders wisten we zeker niet waar we heen moesten.

Na ongeveer 3 kwartier lopen komen we uit op een rand van een gebergte waar de Monviso ook aan vast ligt. We zien voor ons een heel verlaten en lege vallei. We lopen langs de berg en komen uit op het dal waar we moeten zijn. We rusten uit op een mooi plekje en kijken door onze verrekijker naar de hut, waar we zullen overnachten. Vanaf hier is het nog zo’n 3 kwartier tot een uur lopen naar de hut. Vanaf hier zien we ook de top van de Monviso. Na de laatste vermoeiende 50 minuten komen we aan bij de hut. We zetten onze pickels en wandelstokken buiten en leggen de tassen in onze kamer, die we ook met iemand anders delen. ’s Avonds drinken we wat en kijken we uit over het prachtige wolkendek, waar wij boven zitten. Vroeg naar bed, want we moeten er al om 4 uur uit!

De mistmannetjes, of steenmannetjes zijn voor de meeste bergwandelaars wel bekend. Nog steeds leg ik een steen bij een van de steenmannetjes als ik deze in de bergen tegenkom. Of het echt helpt voor het weer weet ik niet, maar tot nu toe heb ik al veel mooie dagen mogen beleven!

 

Zonsopgang vroeg in de morgen. Zonsopgangen in de bergen blijven altijd magisch.

zonsopgang boven de wolken

Het is 4 uur. We worden gewekt. De andere man op onze kamer moet er ook uit, dus staan we samen op. Hoewel de man heel de nacht heeft gesnurkt, hebben wij daar geen last van gehad dankzij onze oordopjes. We gaan naar beneden en komen met nog andere groepen wandelaars aan de eettafel. Het brood is zo hard, dat je je tanden erop stuk kunt bijten. Toch krijgen we het op. Om half 5 gaan we lopen. Met onze hoofdlampen is het pad makkelijk te volgen. We lopen een stukje het dal in en gaan dan zigzaggend omhoog. Rond half zes wordt het lichter. We zijn dan al vergevorderd. Eén groep wandelaars is ons gepasseerd, 2 grote groepen komen er aan. We lopen een stuk met de groep mee, tot aan het punt waar kabels voor het klettersteigen liggen. De hele groep moet zich aanbinden en aangezien ons dat te lang duurt besluiten wij zonder ons aan te binden het stuk te klimmen.

Om zes uur zijn we ongeveer nog een uur verwijderd van de eerste pas en komt de zon op. Een uur later komen we na zo’n 200 meter klimmen aan op de ijzige pas. Het is er ijskoud door de wind en we duiken achter een steen om te eten. Ook de andere groep komt nu aan en duikt achter een steen. Vanaf hier kijken we in het dal en op de Monviso. De andere groep vertrekt nu en wij blijven even wachten. Dan gaan wij ook. Het pad is moeilijk te vinden tussen alle keien, maar na zo’n uur komen we uiteindelijk aan de andere kant uit. We moeten een heel steil stuk beklimmen en daarna door een puinhelling omhoog. We lopen langs een firnveld en zien na een tijdje de noodhut (3.000m). We klimmen naar de noodhut toe, samen met een bij ons gevoegde klimmer. Ik pak een steen, die loslaat en recht op de klimmer afgaat. Gelukkig kan hij wegduiken.

Wij klimmen daarna door een volgend firnveld naar boven. Ik val 2 keer, maar dankzij mijn pickel niet ver. Rond 9 uur zitten we op 3.200 meter. Ons doel is rond 1 uur de top te bereiken, maar de hoop vervliegt met elke keer dat onze kracht afneemt. Nu komt het moeilijkste stuk klimmen. We binden ons niet aan, en klimmen zonder zekering. We halen onderweg nog 2 wandelaars in, maar moeten steeds vaker rusten. Om tien uur zijn we nog geen 200 meter verder en beginnen we te rekenen. We zitten nu op 3.400 meter. Als we 200 meter per uur klimmen komen we om 12 uur aan. Het zou kunnen, dus klimmen we verder.

Dankzij deze zonsopgang heb ik een voorliefde voor vroeg opstaan (in de bergen dan) en zonsopgangen in het algemeen. De zon die opstijgt uit een wolkendek blijft gewoon magisch. De stukken die wij liepen of klauterden zonder onze klettersteigsets waren natuurlijk eenvoudige plekken. In de firnvelden klommen we niet in een touwgroep omdat dit uiteindelijk zeer korte velden met weinig risico’s waren. Voor mijn jonge ik was dit natuurlijk zeer spannend.

omkeren

Om half 11 (3.550m) stopt mijn vader om uit te rusten. Hij zegt dat hij duizelig is en niet op adem kan komen. Ik kijk naar mijn vader en zie gelukkig geen speeksel, wat zou kunnen betekenen dat hij longoedeem heeft. Hij kan niet op adem komen, wat betekent dat hij uitputtingsverschijnselen heeft. Dan maak ik een heel moeilijke beslissing. Ik maak een foto van de top en besluit om af te gaan dalen. Mijn vader is blij met dit besluit, hoewel hij het zelf al besloten had. Terwijl ik als eerste afdaal mompel ik “ik kom terug”. We dalen snel naar 3.380 meter en gaan daar eten.

Het is nu 11 uur en ook ik begin uitputtingsverschijnselen te krijgen. Het laatste stuk naar beneden klimmen gaat me goed af, maar daarna moeten we gewoon gaan afdalen. En hoewel ik goed kan klimmen kan mijn vader beter afdalen. Mijn vader is al een heel eind in het firnveld als ik nog moet beginnen. Ik glijd nog zo’n 4 keer uit en blijf door mijn alertheid nog wel aan de pickel hangen. Ik ben blij dat ik niet door ben gegaan naar de top want dan zou ik nu helemaal geen kracht meer hebben. Ik strompel naar beneden rustend op mijn pickel, te moe om die aan de rugzak te binden. Hoewel het de hele dag mooi weer is geweest, wordt het nu weer bewolkt. De wolken trekken door het dal en als we om 1 uur halverwege het dal zijn is de top in de mist. Daar hadden wij anders ook gezeten.

Beeld vanaf de Monviso richting de pas (blauwe pijl) waar we vandaan kwamen.

Deden we vanochtend nog een uur over het oversteken van het dal, nu duurt dat 2 uur. Rond 2 uur zijn we aan de andere kant. En hoewel het laatste stukje klimmen niet meer dan 80 meter is doen we er zeker 20 minuten over. Mijn vader is weer bijgekomen van zijn vermoeidheid, maar ik niet. Als we op de kleine pas staan kijken we in het niets. Met nog geen 20 meter zicht klimmen we naar beneden. Na nog een uur komen we aan bij het stukje waar de andere groep wandelaars zich vanochtend aanbond. Als we daar zitten, drink ik het laatste restje water leeg. We moeten nog ongeveer een uur en ik ben bang dat ik dat niet volhoudt. De mist wordt nu 10 meter en mijn vader die stukken beter afdaalt kan ik soms niet meer zien omdat ik hem niet bij kan houden. Na 3 kwartier zien we de hut liggen en durf ik weer te geloven dat ik het ga halen. Het laatste stukje is klimmen en daar pep ik van op. Zo haal ik mijn vader weer bij en komen we samen bij de hut aan.

Uitputting en longoedeem zijn natuurlijk wat overdreven, maar ik had mijzelf goed ingelezen en voorbereid. Op deze hoogte kun je bij de snel stijgen last krijgen van hoogteziekte en het is goed om enkele signalen te (her)kennen. Uiteindelijk kwamen we hier denk ik de eerste klachten van een slechte acclimatisatie tegen (ondanks onze voorbereidingen). Toch was het de algehele conditie die het bij mijn vader op dit punt (en bij mij later) de doorslag zou geven. Overigens denk ik achteraf niet dat ik zelf die beslissing heb genomen, maar dat we gezamenlijk tot deze conclusie kwamen.

Tot slot

Tot zover het verslag. Er is ook nog een deel van dag 3 maar die heb ik niet teruggevonden. Wat ik in ieder geval weet is dat ik de derde dag zo moe was dat mijn vader steeds meer spullen uit mijn rugzak ging dragen. Desalniettemin hadden we hier samen onze eerste echte alpiene tocht gemaakt naar een schitterende top. Het lezen van dit verslag zorgt ervoor dat ik mij ook weer de kleine details herinner. Vooral de momenten waarop ik de top van de Monviso zag en voor het eerst een berg zag waar ik op zou gaan en die haast onbeklimbaar leek. Ook de momenten waarop ik op de flanken van die berg stond en uitkeek over onherbergzaamheid tot in de verte, of dalen volledig gevuld met een wolkendeken. Deze ervaring zal mij altijd bij blijven en de belofte om hier nog een keer terug te komen gaat zeker nog een keer ingevuld worden!

Ik in mijn klimmersoutfit als 14 jarige, met een rugzak die waarschijnlijk twee keer zo oud was.
 

Ik duik graag de natuur in op zoveel mogelijk manieren. Het liefst loop of klim ik in de bergen, maar een paar dagen rondtrekken in de natuur of rondvaren met een kano vind ik ook heerlijk. Het nietig voelen in de natuur en het even helemaal weg zijn van alles is waarvoor ik naar buiten ga.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit sed.

Follow us on